- Ik heb het gevoel dat ik mijn werk meestal onder controle heb (geheel eens…..geheel oneens)
- Ik stel me flexibel op bij veranderingen en nieuwe situaties.
- Ik ben zo prestatiegericht dat ik geregeld over mijn eigen grenzen ga.
- Ik presteer graag goed, ik doe alles om geen fouten te maken. Als ik fouten maak, twijfel ik nogal aan mezelf.
- Ik ben competitief, ik meet mij aan anderen.
- Kritiek ervaar ik als behoorlijk stressvol.
- Conflicten ervaar ik als behoorlijk stressvol, ook als ik er slechts zijdelings mee te maken heb.
- Mijn werk is nooit af, er is zo veel te doen.
- Ik kan moeilijk nee zeggen als men mij om hulp vraagt.
- Ik vind het moeilijk om impopulaire beslissingen te nemen of impopulaire standpunten in te nemen, ik wil dat men mij steeds aardig vindt.
- Ik ontvang graag waardering van belangrijke personen, anders voel ik mij niet volwaardig.
- Ik geef nooit op, al ben ik moe.
- Men noemt mij een enorme doorzetter.
- Ik zie snel beren op de weg, bij een fout denk ik dat alles mis zal lopen.
- Bij tegenslag verlies ik de moed snel of raak ik vlug gefrustreerd.
- Het komt regelmatig voor dat mensen zich niet gedragen zoals ze zich horen te gedragen of dat ze mij onrechtvaardig behandelen.
- Ik voel me er sterk verantwoordelijk voor dat alles goed loopt.
- Ik ben zeer betrokken bij het werk.
- Mijn werk is zeer belangrijk voor me.
- Ik moet alles zelf oplossen. Ik vraag bijna nooit hulp.
- Ik uit mijn gevoel zelden naar anderen.
- Vervelende dingen overkomen mij vaak zonder dat ik er invloed op kan uitoefenen.
- Ik maak me vaak zorgen.
- Ik ben hoogsensitief of extra gevoelig.
- Ik zal anderen niet snel aanspreken op hun gedrag als ze over mijn grenzen gaan.
- Ik heb er een enorme hekel aan als mijn planning wordt doorkruist. Ik hou niet van ongeplande activiteiten.
- Ik onderschat het tijdsbeslag van taken vaak, daardoor zeg ik te gemakkelijk ja en pak ik te veel op.
Karaktertrekken die mensen gevoeliger maken voor burn-out (n.a.v. bovenstaande vragenlijst)
- Perfectionisme: alles perfect willen doen, niets fout mogen doen, zeer kritisch zijn op zichzelf, hoge eisen aan zichzelf stellen.
- Behulpzaamheid: iedereen willen helpen, altijd klaar staan voor anderen, het altijd iedereen naar de zin maken, behoeften van anderen op de eerste plaats zetten.
- Verantwoordelijkheidsgevoel: zich overal verantwoordelijk voor voelen. Verantwoordelijkheid niet uit handen willen of kunnen geven.
- Zichzelf wegcijferen: niet aan zichzelf denken, te weinig aandacht voor zichzelf, altijd met anderen rekening houden, luisteren naar andermans problemen maar de eigen ontkennen, niet voor zichzelf zorgen, opofferend.
- Loyaal, plichtsgetrouw, trouw.
- Doorzetten: altijd maar doorgaan, doorzetten ondanks dat het niet meer gaat, volhouden totdat het niet meer kan.
- Bewijsdrang: willen presteren, alles voor het werk doen, werk het allerbelangrijkste vinden, sterke ambitie, vechten voor waardering, sterke passie voor het werk.
- De sterke zijn: denken alles te moeten doen, geen hulp vragen, niet aangeven wanneer het te veel wordt, opgeven als zwakte ervaren, denken onmisbaar te zijn.
- Subassertief: neiging zich teveel aan te passen, niet assertief genoeg, iedereen te vriend willen houden, te lief, conflicten uit de weg gaan.
- Onzeker: onvoldoende zelfwaardering en weinig zelfvertrouwen.
- Geen nee kunnen of durven zeggen.
- Geen grenzen stellen: geen grenzen aan kunnen geven, over eigen grenzen gaan, te veel hooi op de vork nemen.
- Controle willen houden: alles onder controle willen houden, alles tot in de puntjes willen plannen en organiseren, dingen niet los kunnen laten, controlefreak, niet kunnen delegeren.
- Zorgen maken: piekeren, zorgelijk, pessimistisch, angst voor negatieve gebeurtenissen.
- Gesloten zijn: emoties niet kunnen uiten, binnenvetter, meer denken dan voelen, introvert.
- Faalangstig: bang zijn fouten te maken. Zaken vermijden om geen fouten te maken.
- Overgevoelig: emoties sterk voelen, zeer gevoelig.
- Pleaser: aardig gevonden willen worden en behoefte aan waardering en bevestiging. Te veel de mening van anderen aantrekken, geliefd willen zijn.
- Positiviteit: naïef optimisme en positiviteit die leiden tot onderschatting van negatieve situaties of hoeveelheden werk: daardoor te veel hooi op de vorm nemen.
- Moralisme: principieel, niet tegen onrecht kunnen. Zo hoort het niet, dat doe je toch niet.
