Gebrek aan zelfvertrouwen

Gebrek aan zelfvertrouwen komt meestal voort uit een van de volgende eisen die de coachee aan zichzelf stelt of die in de jeugd aan hem gesteld werden:

1 Doe je best: als u deze opdracht regelmatig krijgt (of denkt dat u deze krijgt), dan zult u hard werken maar toch onzeker zijn. U weet niet wanneer hard hard genoeg is en wat u bereikt zou moeten hebben

2. Doe me een plezier: u ziet als uw belangrijkste opdracht anderen tevreden te stellen; als u anderen maar niet teleurstelt. Een mooi streven, maar de ervaring leert dat het onmogelijk is iedereen tevreden te stellen – zelfs al u zichzelf helemaal wegcijfert. U maakt zich zorgen of anderen u wel de moeite waard vinden.

3. Wees sterkt: u laat niet merken dat u gespannen of bezorgd bent. U moet flink zijn. Spanning laat zich niet wegstoppen, het zal een uitweg vinden in hoofdpijn, knorrig reageren, meer eten, roken, enzovoort.

4. Schiet op: eeuwig gehaaste mensen zijn steeds op weg naar het volgende en komen zo nergens aan toe. In hun haast maken ze veel fouten en ze krijgen nooit rust. Bij de start van de taak vragen zij zich vooral af of ze het wel op tijd redden. Ook kunnen ze weinig genieten van wat ze bereikt hebben, want ze rennen alweer naar het volgende.

5. Wees perfect. Een perfectionistische ouder of baas heeft u misschien geleerd perfect te moeten zijn. Misschien bent u zo geboren. Maar hoe goed u ook presteerde – het was altijd jammer van dat ene foutje. Mensen gaan hierdoor uitdagingen of taken vermijden. Je kunt het toch nooit goed genoeg doen.

Comments are closed.