Omcirkel de antwoorden die op u van toepassing zijn.
- Ik durf het tegen mijn manager te zeggen als ik te veel werk heb (ja, nee)
- Ik zal hulp vragen als ik dat nodig heb.
- Ik durf mensen aan te spreken als hun gedrag mij stoort
- Ik durf het te zeggen als de sigarettenrook van iemand mij stoort
- Ik vind het gemakkelijk om een praatje te maken met een onbekende
- Ik durf nee te zeggen als men mij iets onredelijks vraagt
- Ik geef in een groep gemakkelijk en overtuigd mijn mening.
- Ik durf nee te zeggen tegen een uitnodiging waar ik geen zin in heb.
- Ik durf iemand aan te spreken (bijv. een onaangename lichaamsgeur)
- Ik zeg er iets van als iemand voordringt in de winkel
- Ik zeg er iets van als men mij stoort in mijn werk.
- Ik durf vrienden te vragen wat ze van me denken
- Ik ben een gangmaker op feestjes .
- Ik weet direct wat ik moet zeggen in gesprekken.
- Ik geef in een groep gemakkelijk antwoord op onverwachte vragen.
- Ik zeg in gezelschap meestal als eerste iets.
- Ik vind het gemakkelijk om opslag te vragen aan mijn leidinggevende.
- Ik durf in een groep om uitleg te vragen bij onduidelijkheden.
- Ik durf als ik te laat kom gerust vooraan te gaan zitten.
- Ik zeg er iets van als men in de bioscoop tegen mijn stoel schopt.
- Ik voel me redelijk op mijn gemak als ik voor een groep moet spreken.
(hoe hoger uw score, hoe assertiever u bent)
