Kernkwaliteiten (Ofman)

KernkwaliteitValkuilUitdagingAllergie
OrdelijkheidPietluttigheidFlexibiliteitWispelturigheid
ZelfdisciplineGeobsedeerdheidSpontaniteitLosbolligheid
BetrouwbaarheidDogmatismeSouplesseGemakzucht
OnafhankelijkheidSolismeSociabiliteitMassaliteit
BeschouwenAfstandelijkheidInlevingsvermogenKlefheid
VerantwoordelijkheidStriktheidMildheidWispelturigheid
RustTraagheidEnergiekOpgefoktheid
RelatiegevoeligOmzichtigheidHelderheidKilheid
OptimismeOppervlakkigheidDiepzinnigheidDoemdenken
SpontaniteitImpulsiviteitDoordachtzaamheidSaaiheid
LuchthartigheidOngedisciplineerdheidGrondigheidZwaarmoedigheid
MoedBuitenissigheidIngetogenheidSaaiheid
VerdraagzaamheidConflictvermijdingStrijdlustOngenaakbaarheid
OnafhankelijkheidAfwachtendheidStelling nemenOngenuanceerdheid
KalmteKarigheidSpontaniteitOverdrevenheid
BehoedzaamheidBesluiteloosheidSlagvaardigheidOnbezonnenheid
BesluitvaardigheidKortzichtigheidReflectieGelatenheid
DoelgerichtheidBezetenheidDoserenHalfslachtigheid
MoedBuitenissigheidIngetogenheidBangig
DirectheidVrijpostigheidTactSchijnheiligheid
StrijdlustProvocatieBuigzaamheidLafheid
BehulpzaamheidZelfopofferingGrenzen stellenEgocentrisme
VerantwoordelijkheidStriktheidMildheidWispelturigheid
LoyaliteitBesluiteloosheidZelfvertrouwenGemakzucht
SerieusheidTobberigheidZorgeloosheidLichtzinnigheid
GedrevenheidFanatismeOntspannenheidLuiheid
IntrospectieNavelstorenGewoonheidZinloosheid

Kernkwaliteiten van de overlevingsstrategieën (Ofman en Van der Weck)

  1. De perfectionist
    • van pietluttigheid naar flexibiliteit
    • van geobsedeerdheid naar spontaniteit
    • van bezetenheid naar luchthartigheid
  2. De helper (zorger, redder)
    • van indirectheid naar directheid
    • van zelfopoffering naar grenzen stellen
    • van omzichtigheid naar helderheid
  3. De winnaar
    • van fanatisme naar ontspannenheid
    • van oppervlakkigheid naar diepzinnigheid
    • van kortzichtigheid naar reflectie
  4. de bijzondere (kunstenaar, melancholicus, romanticus, aparteling)
    • van depressiviteit naar opgewektheid
    • van melancholie naar zakelijkheid
    • van emotionaliteit naar nuchterheid
  5. De waarnemer
    • van solisme naar sociabiliteit
    • van afstandelijkheid naar inlevingsvermogen
    • van karigheid naar spontaniteit
  6. De loyalist
    • van achterdocht naar overlaten
    • van besluiteloosheid naar zelfvertrouwen
    • van tobberigheid naar zorgeloosheid
  7. De levensgenieter (optimist, enthousiasteling)
    • van impulsiviteit naar doordachtzaamheid
    • van narcisme naar verbinding
    • van ongedisciplineerdheid naar grondigheid
  8. De baas (leider)
    • van provocatie naar buigzaamheid
    • van vrijpostigheid naar tact
    • van arrogantie naar zachtheid
  9. De vredestichter (bemiddelaar, harmoniebrenger, verzoener)
    • van conflictvermijding naar strijdlust
    • van afwachtendheid naar stelling nemen
    • van besluiteloosheid naar slagvaardigheid

Comments are closed.