Dit gedrag wijst op weerstand:
- Vragen om meer details en informatie. Je blijft vragen stellen en hoeveel informatie je ook krijgt, het is nooit genoeg. Met deze tactiek wordt de verandering uitgesteld (Signaal: coach raakt ongeduldig)
- Geven van details en informatie. Je blijft maar details spuien en informatie geven. Ook dit is een strategie om moeilijkheden te omzeilen of verandering uit te stellen (Signaal: als coach raak je verward of verveeld en vraagt je af wat dit nog met de zaak te maken heeft)
- Zeggen dat de tijd ontbreekt. Je wil wel aan het werk, maar hebt het te druk om de plannen ten uitvoer te brengen (Signaal: afspraken worden naar de (verre) toekomst geschoven.
- Boos worden. Je wordt boos, beschuldigt en gaat schreeuwen (Signaal: als coach wordt je aangevallen)
- Stilvallen. Je kruipt in je schulp, geeft ontwijkende antwoorden of valt gewoon helemaal stil. Dit kan betekenen dat je aan het denken bent gezet, maar het kan ook een vorm van weerstand zijn. (Signaal: als coach weet je eigenlijk niet meer of de coachee nog luistert).
- Intellectualiseren. Als je allerlei theorieën verkondigt en zo de aandacht afleidt van het probleem (Signaal: als coach volg je het niet meer, voel je verward).
- Plotselinge verbetering vertonen. Als je zegt dat alle symptomen en kwalen al zijn verbeterd, terwijl het verandertraject nog moet beginnen, kan dat een vlucht zijn voor de veranderingen die op stapel staan (Signaal als coach: je kunt het bijna niet geloven, het is te mooi om waar te zijn).
Interventies om weerstand om te buigen.
- Wegbewegen van de weerstand, bijvoorbeeld door een ander onderwerp aan te snijden of de weerstand niet te erkennen. Als het om een klein onderwerp gaat, kan dit goed werken. De coachee kan dan na enige tijd zelf tot het inzicht komen dat de weerstand niet zinvol of nodig was.
- Tegenbewegen met de weerstand, bijvoorbeeld door te confronteren, door alternatieve voorstellen te doen of verwachtingen uit te spreken. Meestal werkt deze strategie averechts en zet de coachee de hakken in het zand, maar soms kan het juist wel werken om de coachee op deze manier uit te dagen.
- Meebewegen met de weerstand, door samen te vatten, begrip te tonen en positief te etiketteren.
- Gelijk opgaan met de weerstand, bijvoorbeeld door te gaan onderhandelen of een gemeenschappelijke visie te formuleren.
- De ‘judo-strategie’ toepassen: de coach doet een schepje bovenop de weerstand van de coachee het liefst met enige humor. Deze manier van overdrijven is confronterend en geeft de coachee een spiegel van het eigen gedrag. Mits juist toegepast kan dit heel bevrijdend werken.
