G (Goal)
- Waar wil je het in dit gesprek over hebben?
- Wat is het doel van dit gesprek?
- Wat zou je in dit gesprek willen bereiken?
- Wanneer ga je tevreden de deur uit?
- Wat wil je straks mee naar huis nemen?
- We hebben 45 minuten de tijd. Wat wil je in die tijd bereikt hebben?
- Wat wil je daarmee bereiken?
- Welke uitkomst wil je aan het het eind van deze sessie?
- Wanneer ben je tevreden met de uitkomst van dit gesprek?
- Stel, we zijn één jaar verder en je hebt je doel bereikt. Hoe ziet je lever en dan uit?
- Hoe zou je graag willen dat het was?
- Welke uitkomst wil je graag voor dit coachingstraject?
- Wat zou een inspirerend doel voor je zijn?
- Wat zou het voor jou betekenen als je je doel hebt bereikt?
- Wat wil je nog meer?
- Wat zullen anderen tegen je zeggen als je je doel hebt bereikt?
- Wat doe je anders als je je doel hebt bereikt?
- Waar wil je naartoe werken?
R (Reality : de stand van zaken)
- Hoe ziet de situatie er nu uit?
- Wat is de huidige situatie?
- Wat gebeurt er op dit moment?
- Waarover maak je je zorgen?
- Hoe voel je je daarover?
- Wat is het échte probleem?
- Wat zijn de risico’s?
- Wat is je grootste zorg op dit punt?
- Wat heb je tot nu toe ondernomen?
- Welke acties heb je tot nu toe ondernomen?
- Wat heeft je belemmerd om van start te gaan?
- Wat heeft je belemmerd om nog meer te doen?
- Welke hulpbronnen heb je al?
- Wat was succesvol?
- Waarom was dat succesvol?
- Wat was een positieve ervaring?
- Waar kreeg je voldoening van?
- Wat houd je tegen om nog meer te doe doen?
- Wat zijn de consequenties als het niet lukt?
- Wie zijn erbij betrokken?
- Hoe belangrijk zijn zij voor het bereiken van je doel?
- Wat is voor jou nu de kern waar het om draait?
O (Opties)
- Wat zou je kunnen doen?
- Welke ideeën heb je?
- Welke keuzes heb je?
- En verder?
- Hoe kun je deze situatie verbeteren?
- Wie zou je kunnen helpen?
- Wat heeft in het verleden gewerkt?
- Welke stappen zou je kunnen zetten?
- Hoe zou een blijvende oplossing eruit zien?
- Mag ik je nog een suggestie doen?
- Hoe zou je je doel (of probleem) kunnen aanpakken?
- Welke alternatieven heb je?
- Hoe ziet de wereld eruit als morgen jouw probleem is opgelost?
- Hoe ziet je lijstje van mogelijke acties eruit?
- Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende acties?
- Wat zou je doen als je voldoende tijd had?
- Wat zou je je beste vriend adviseren?
- Wat zou je doen als geld geen probleem was?
- Hoe gemakkelijk of moeilijk zijn de verschillende opties voor jou?
- Welke optie zou je de meeste voldoening geven?
W (Wat wil je)
- Wat ga je doen?
- Hoe ga je dat doen?
- Wanneer ga je het doen?
- Wat houdt je tegen om eerder te beginnen?
- Wat zijn de beste opties?
- Welke optie voelt het beste?
- Welke optie ga je kiezen?
- Hoe weet je dat het effectief is?
- Wat heb je nog nodig om deze stap te zetten?
- Hoe ga je mij laten weten dat je deze stap hebt gezet?
- Op een schaal van 1 tot 10: hoe groot is de kans dat je dit gaat doen?
- Hoe kun je hier een 8 van maken?
- Wat zou er in de weg kunnen zitten?
- Wie betrek je bij je plan? Wat kunnen zij voor jou betekenen?
- Wie kun je vragen om hulp?
- Hoe weet je straks dat het heeft gewerkt?
- Wat zijn mogelijke hindernissen of valkuilen?
- Wat voel je als je nadenkt over wat je gaat doen?
- Hoe groot is de kans dat het een succes wordt? Geef het een cijfer?
- Hoe kan ik je als coach verder ondersteunen bij deze acties?
Als de coachee succes had:
- Wat gaat er goed?
- Welk succes heb je behaald?
- Waarop ben je trots?
- Wat heeft tot dit succes geleid?
- Wat heb je geleerd?
- Hoe heb je dit succes gevierd?
Als de coachee geen succes had:
- Wat is er gebeurd?
- Wat heb je ervan geleerd?
- Wat ging er niet goed?
- Waarom ging dat niet goed?
- Welke sterke punten heb je in jezelf ontdekt?
- Wat wil je de volgende keer doen?
- Wat was je blokkade?
- Wat kun je doen om deze blokkade te overwinnen?
De coachee heeft het niet gedaan:
- Wat is er gebeurd?
- Wat weerhield je ervan om het te doen?
- Wat betekent dit voor jou?
- Wat heb je ervan geleerd?
- Wat ga je nu doen?
